Posts tonen met het label Goede Herder Almelo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Goede Herder Almelo. Alle posts tonen

vrijdag 22 mei 2009

Almelo?



Al is het een erg beroerde foto, kunnen jullie hier misschien nog iets mee?

(de reden is niet voor internet).


Volgens mij is het nl. Almelo, maar ik geloof je direct wanneer je, met redenen aub, zegt dat het Velp was.
Kijkend naar dat Tomado-boekenrekje, die Chianti(?) fles op de schoorsteen (en de herkomst van de foto) schat ik het qua tijd midden begin/midden jaren 60 in.
Ben benieuwd. Ik heb geen idee waar ik naar kijk in ieder geval :-)
Voor mij lijkt het alsof er een feestje met cadeautjes moet komen. (maar zijn dat er voor Sinterklaas-surprises te weinig???) Dat ding rechts is vast geen magnetron, maar of dat wel een televisie is??
En wat hangen daar voor plaatjes aan de muur?
Zeg nu toch aub niet dat het allemaal Euphrasiaatjes zijn...

Dus, enig idee?
Konden jullie trouwens zelf wat met het inrichten van die ruimte (wij dus zo hartgrondig niet dat het niet eens in je hersens opkwam dat je als een van de kinderen iets op zou kúnnen hangen!) of alleen met dat kastje op je chambrette?
Dat spul wat daar staat had dus bij ons nooit in de groepsruimte kunnen staan, realiseerde ik me door deze foto.

zondag 14 september 2008

Almelo: Lies. En een oproep.

hallo allemaal
ben weer online

heb in de goede herder almelo GEZETEN 1965-1968 of zoiets
wanneer ik weg mocht weet ik niet meer zeker

zat in de groep van zr francisca later bij zr hillegonda
was de jongste daar eind 12 jaar na een lange verwerkingsperiodeben ik nu van plan om een proces te starten wie van jullie ziet hier wat in?
hoe meer meiden des te sterker we staan
ik hoop op veel reacties

vriendelijke groeten

lies

(Inez: verdere reacties van Lies zijn hier te vinden)

donderdag 6 maart 2008

Goed Nieuws! Aantal opgesloten kinderen in Nederland één van de hoogste in Europa

Goed nieuws! Maar wat wordt ik er str. ziek van!

Persbericht Geen kind in de cel
Aantal opgesloten kinderen in Nederland één van de hoogste in Europa
5 maart 2008

Nederland sluit veel kinderen op in justitiële jeugdinrichtingen, in vergelijking met België, Frankrijk, Engeland en Wales.

Dit blijkt uit het internationaal rapport Violence against Children in Conflict with the Law dat op 5 maart 2008 is gepubliceerd.

Het rapport benadrukt dat de vrijheidsbeneming van kinderen in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind als het niet gehanteerd wordt als uiterste maatregel.

Het onderzoek is verricht door Defence for Children International Nederland in samenwerking met de Howard League for Penal Reform (Verenigd Koninkrijk), Defence for Children International België en Defence for Children International Frankrijk.

Projectleider Sharon Detrick concludeert: ‘’In alle vier de onderzochte landen stijgt het aantal opgesloten kinderen. Nederland blijkt één van de koplopers te zijn in Europa.’’

De capaciteit van justitiële jeugdinrichtingen in Nederland is in tien jaar tijd verdubbeld.
In 1997 waren er 1410 plaatsen beschikbaar. Dit aantal is in 2006 uitgegroeid tot 2753. Op 1 januari 2006 verbleven 1177 kinderen in een justitiële jeugdinrichting. Over het hele jaar 2006 werden 4726 kinderen van hun vrijheid beroofd.

In Engeland en Wales verminderde het aantal geregistreerde overtredingen van kinderen tussen 1994 en 2004, het aantal kinderen dat werd veroordeeld tot detentie nam echter toe met 90%.
Engeland en Wales telden op 20 juli 2007 in totaal 2942 gedetineerde kinderen.

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen in gesloten inrichtingen een hoog risico lopen om met geweld in aanraking te komen, bijvoorbeeld met geweld door personeel uit de inrichting, politie, medegedetineerden en zelfbeschadiging.

Het beleid ten aanzien van jongeren die in aanraking komen met justitie wordt steeds repressiever. Hardere straffen zijn ingevoerd. Ook is het in Nederland, België en Frankrijk nog altijd mogelijk het volwassen strafrecht toe te passen bij zestien- en zeventienjarigen die ernstige misdrijven begaan. In Engeland en Wales kan dat zelfs al vanaf de leeftijd van tien jaar.

‘’De veiligheid in justitiële jeugdinrichtingen is zorgwekkend’’, zegt onderzoekster Maartje Berger. ‘’In Nederland is dit eerder onderkend in een rapport van de Inspectie Jeugdzorg samen met andere Inspecties. Nederland springt er ook uit bij het toepassen van afzonderingsmaatregelen, waarbij kinderen veelvuldig meerdere dagen in een isoleercel of op hun eigen kamer worden geplaatst.

In Engeland en Wales wordt vooral gerapporteerd over het regelmatige gebruik van dwang(middelen), waarbij kinderen soms (ernstige) verwondingen oplopen. In alle vier de landen hebben opgesloten kinderen klachten over visitatie.’’

Officiële gegevens die gepubliceerd worden door de overheidsinstanties geven nauwelijks informatie over geweld tegen kinderen in gesloten inrichtingen.
De dataverzameling in alle landen moet sterk verbeterd worden.

Het onderzoek benoemt twaalf geweldsindicatoren ten aanzien van kinderen die van hun vrijheid zijn beroofd. Het gebruik van deze indicatoren zal, samen met de recente jeugdstrafrechtindicatoren van Unicef en de UN Office on Drugs and Crime, bijdragen aan verbeterd statistisch onderzoek in de landen en maakt vergelijkend onderzoek mogelijk.

De beschikbaarheid van betrouwbare en transparante data is nodig ter verbetering van beleid en wetgeving om de kinderen in gesloten inrichtingen beter te beschermen.

Kwantitatieve indicatoren

1. Kinderen in detentie: aantal kinderen in detentie per 100.000 kinderen.
2. Kindersterfte in detentie: aantal sterfgevallen onder kinderen in detentie, per 1.000 gedetineerde kinderen.
3. Zelfbeschadiging: percentage van kinderen in detentie die slachtoffer zijn van zelfbeschadiging gedurende een periode van twaalf maanden.
4. Seksueel misbruik: percentage van kinderen in detentie die slachtoffer zijn van seksueel misbruik gedurende een periode van twaalf maanden.
5. Scheiding van volwassenen: percentage van kinderen in detentie die niet volledig gescheiden zijn van volwassenen.
6. Isolatie of afzondering: percentage van kinderen in detentie die isolatie of een afzonderingsmaatregel hebben ervaren minstens een keer gedurende een periode van twaalf maanden.
7. Contact met ouders en familie: percentage van kinderen in detentie die bezocht zijn door, of een bezoek hebben gebracht aan ouders, voogd of een volwassen familielid, gedurende de laatste drie maanden.
8. Exit interviews: percentage van kinderen die bij hun vrijlating vertrouwelijke gesprekken hebben gehouden met een onafhankelijke autoriteit.

Beleidsindicatoren

9. Regelmatig terugkerende onafhankelijke inspecties: aanwezigheid van een systeem dat regelmatige en onafhankelijke inspecties garandeert aan alle (jeugd-) detentiefaciliteiten/ percentage van (jeugd-) detentiefaciliteiten die een onafhankelijke inspectie hebben ondergaan in de laatste twaalf maanden.
10. Klachtmechanismen: aanwezigheid van een klachtensysteem voor kinderen in detentie/ percentage van (jeugd -) detentiefaciliteiten dat een operationeel klachtensysteem hebben.
11. Beperkingen in het gebruik van dwang en geweld: het bestaan van gespecialiseerde normen en regelgeving over het gebruik door personeel van dwang(middelen) of geweld ten aanzien van kinderen die van hun vrijheid beroofd zijn/ percentage van kinderen in detentie die het gebruik van dwang of geweld door personeel hebben ervaren minstens een keer gedurende een periode van twaalf maanden.
12. Gespecialiseerde disciplinaire procedures en maatregelen: het bestaan van gespecialiseerde normen en regelgeving over disciplinaire procedures en maatregelen ten aanzien van kinderen die van hun vrijheid beroofd zijn/ percentage van kinderen in detentie die een disciplinaire maatregel hebben ervaren minstens een keer gedurende een periode van twaalf maanden.

dinsdag 25 december 2007

Aanklacht tegen ’een uit de hand gelopen landelijke tragedie’

In de Sint Jozefkerk in Arnhem werden gisteren 1294 kaarsen aangestoken. Eén voor ieder kind met gedragsproblemen dat onterecht in een jeugdgevangenis zit, vanwege plaatsgebrek in zorginstellingen. Ouders hebben veel kritiek op deze gang van zaken. © Herman Engbers


Kerst 2007
Trouw 24-12-2007
HOHOHO!

Uit met aluminiumfolie beplakte potten komen waxinelichtjes te voorschijn, evenveel als er kinderen met gedragsproblemen in jeugdgevangenissen zitten. ’Hartelborgt 20, Den Engh 77, OG Heldringstichting 119, Rentray 226’. Zo gaat de lijst door, tot het totaal van 1294 is bereikt en de trappen naar het priesterkoor van de Sint Jozefkerk in Arnhem vol staan met waxinelichtjes.

Voor de dertig aanwezigen is het nog een hele klus om de lichtjes aan te steken. In de leegstaande kerk wordt het iets minder koud. Voorzitter Rob Brakel van de Stichting Misplaatst spreekt van ’een uit de hand gelopen landelijke tragedie.’

Bijna 1300 kinderen met gedragsproblemen zitten op dit moment in justitiële jeugdinrichtingen, omdat de reguliere hulpverlening geen plaats zou hebben. Volgens Brakel klopt dat niet. Er zouden ’tientallen’ behandelplekken niet bezet zijn. „Dus ook het argument van de wachtlijsten of gebrek aan plaatsen klopt niet meer.” Ouders met kinderen in een jeugdgevangenis melden dat hun kind er traumatische ervaringen heeft opgedaan. Er zijn volgens de Stichting Misplaatst gevallen bekend van kinderen die in een jeugdinrichting aan drugs verslaafd zijn geraakt, zwanger zijn geworden of zelfmoord hebben gepleegd.

Onder een statie van de kruisweg zit Trees. Ze is net bij haar 14-jarige zoon op bezoek geweest, die ’achter mijn rug om’ van een observatiekliniek is overgeplaatst naar een jeugdinrichting. „Schandalig! Zo kan je toch niet met kinderen omgaan.” Trees’ zoon zag er ’slecht’ uit. Met Kerst mag ze niet op bezoek. „Eén uur bezoek per week, daar moet ik dan weer zeven dagen op teren.”

Zoals tientallen andere ouders probeert ze haar zoon uit de gevangenis te krijgen. En als hij nergens anders terecht kan, dan maar thuis. „Alles beter dan de gevangenis.”

Bij de lichtjes staan foto’s van kinderen. Het geeft de kerk een wat macabere sfeer, ondanks twee feestelijk verlichte kerstbomen op het altaarverhoog. Door de luidsprekers klinkt een moderne versie van Stille Nacht. De overeenkomsten tussen het kerstverhaal en ’misplaatste’ kinderen liggen voor het oprapen: kou, eenzaamheid, nergens welkom.

Kim (16) viert Kerstmis dit jaar thuis. Na twee jaar omzwervingen door de jeugdzorg is ze bij haar moeder terug, omdat er geen behandelplek vrij is. Ze heeft zelfs een jaar in België gezeten om maar uit de jeugdgevangenis te blijven. „Bizar dat je je kind in het buitenland moet plaatsen omdat er in Nederland geen plek is”, zegt haar moeder.

Gesloten jeugdzorg in plaats van gevangenis
Minderjarige jongeren, die vanwege zeer ernstige gedragsproblemen niet meer thuis kunnen wonen, maar geen strafbaar feit hebben gepleegd, worden meestal opgesloten in een jeugdgevangenis. Daar zijn ook suïcidale jongeren bij en slachtoffers van loverboys.
Zij zitten vast om ze tegen zichzelf te beschermen en te behandelen.

Ongeveer de helft van de 2500 plekken in de jeugdgevangenis wordt bezet door jongeren die formeel geen strafbaar feit hebben begaan. Ze verblijven daar meestal zes maanden tot twee jaar.

Ouders en politici hebben veel kritiek op het samenplaatsen van de twee groepen, de ene binnengekomen via het strafrecht de andere via het civielrecht. Kinderrechters en gevangenisdirecteuren stellen echter dat de verschillen gering zijn, omdat beide groepen jongeren ernstige gedragsproblemen hebben en best samen behandeld kunnen worden.

Het kabinet vindt het samenplaatsen van de twee groepen toch ’naar de huidige maatschappelijke maatstaven ongewenst’. Voor jongeren met ernstige gedragsproblemen ontwikkelt het kabinet daarom een aparte vorm van zorg: gesloten jeugdzorg. De Eerste Kamer schaarde zich deze week unaniem achter een nieuwe wet die dit regelt.

Dat betekent dat vanaf 1 januari 2008 kinderen met ernstige opvoedproblemen niet meer in een jeugdgevangenis komen, maar in een instelling van de jeugdzorg. Het duurt nog tot 2010 voor er voor alle civielrechtelijke geplaatsten een plek is in zo’n nieuwe instelling. Vandaar dat velen van hen deze Kerst nog gewoon in de jeugdgevangenis zitten, tot verdriet van hun ouders.

Harriët Salm

een van de reacties:

In 1951 werd ik schuldeloos ruim 2 jaar opgesloten in een rijks opvoedings gesticht. Redenen, ik werd jarenlang sexueel misbruikt door mijn broers, en mammie vond het beter om dit te doen, voordat ik per ongeluk zwanger werd van die viespeuken.

Ik heb mijn ouders om hulp geschreeuwd, en dit was hun hulp. Ik sliep boven, en die beiden heren ook, dus die konden jarenlang hun gang gaan. Mijn hele leven is kapot gemaakt, ik kan dit niet vergeten, op deze dag 24 december werd ik daar binnen gebracht n.m. Het zou ruim 2 jaar duren voordat ik vrij kwam, na een poging tot zelfdoding. Mijn leven is een hel, en heb een chronische PTSS daardoor.Yasmine, Amsterdam, (24-12-2007, 10:03:21 uur)

zondag 14 oktober 2007

Goede Herders Nederland 2006/2007

Huize Euphrasia, Denneweg, Bloemendaal. (nov. 2006)




achterkant wervingsfolder, tussen ongeveer 1960-1965. bron: particulier archief.


3 mei 1948 : Heilige Moeder Euphrasia verlaat ons niet....


wanneer er, oktober 2007, na zo'n jaartje of 30/40 nog steeds onderling niet samengewerkt kan worden,
kun je behalve de vraag stellen wie sluit wie nu eigenlijk op?
Tilburg startte juni 1902, de ansicht is uit 1904









Tilburg 9-1-1961

niet de muren of de geblindeerde ramen van Velp,








maar getraliede ramen












Tilburg werd gesloten ('59/'60)

en verhuist naar Someren.

Wervingsfolder Someren, bron: particulier archief.

zie: uitgebreider en reacties van punt.nlop De Goede Herder en De Voorzienigheid nov 06

donderdag 17 mei 2007

Goede Herder Almelo, Huize Alexandra

1915
1968

Star had gelijk: er stond een (1!) boom


Huize alexandra, Goede Herder, Almelo
1 boom. En een kerkhof bij het kerkhof.

Geblindeerde en getraliede ramen

1965
Ik geef toe: een Amsterdammer kijkt soms wat bekrompen naar de wereld. Maar waarom hier ramen geblindeerd moesten zijn? Wat viel hier in vredesnaam te zien waaraan je zieltje of je moraal bevlekt kon worden?



1956
Want je moet toch wel heel goed kijken en knap op je achterhoofd gevallen zijn als je gelooft dat die verzamelde meiden in dit uitzicht iets konden ontdekken.

Heel eigenwijs ook, wil je hier die verzameling gevallen meiden kunnen ontdekken.



Toegegeven, wanneer je naar de plaatselijke feesten kijkt, optocht bij koninginnedag op dezelfde Vriesenveenseweg 1957, en een champagnefeestje 1986 (klaarkomen van niet een maar het fietspad tussen Almelo en Vriezenveen, 1986! ), bij beide plaatselijke politie paraat stond en de uitbundigheid feestvreugde zou je inderdaad een idee kunnen krijgen hoe er dan naar een dergelijke verzameling wilde, immers gevallen, meiden zal zijn gekeken door de autochtone bevolking.



Denkend aan John Jansen van Galen, over de Goede Herder in Velp: misschien waren die ramen dus wel geblindeerd om die plaatselijke mannenfantasie voor het vallen te behoeden.

Feit is dat er de afgelopen jarenin het plaatselijk dorpsblad in ieder geval regelmatig het nodige heeft gestaan over de meiden die er nu zitten en heren.

En gevalllen meiden...tja dat heeft nu eenmaal met hele idiote ideeen te maken, over meiden. En zondaressen.

dinsdag 27 maart 2007

Zondaressen Nawoord




Na het voorstel van de uitgever Zondaressen nogmaals te herdrukken, meende ik er goed aan te doen eerst de rector van het om schreven klooster te vragen het internaat te mogen be zoeken: dit met de bedoeling aan deze herdruk een voorwoord te kunnen toevoegen waarin duidelijk kon worden gesteld wat daar in de loop van dejaren verbeterd was,en dit niet alleen - naar ik hoopte - op hygiëniesch gebied,maar ook en vooral op het gebied van onderwijs en pedagogisch en psychologisch inzicht.

Hierop reageerde de rector allervriendelijkst. Hij sprak zijn waardering uit over het feit dat ik mij eerst van de huidige toestand daar op de hoogte wilde stellen, voordat ik toestemming gaf het boekte herdrukken. Hij heette mij van harte welkom en veronderstelde dat ik wel "ogen zou opzetten, zozeer was alles veranderd!"
Het leek hem echter beter mijn verzoek eerst tot de moeder-overste te richten.
Ik volgde zijn raad op.
Enkele dagen later ontving ik het volgende schrijven

"Geachte mevrouw,
In vriendelijk antwoord op uw schrijven delen wij u mede,
dat uw bezoek aan ons internaat geen zin of nut heeft.

Met vriendelijke groeten
Moeder Bonaentura, (overste)"
Haar dankend voor dit "vriendelijk" briefje beantwoordde ik haar mij niet te kunnen voorstellen dat binnen haar "internaat" een zo verschillende opvatting over een zo eenvoudige zaak mogelijk was, waarbij ikrefereerde aan het antwoord van de rector.

Hierop herhaalde zij zonder meer "dat mijn bezoek aan het internaat noch zin,noch nut had".

valt uit deze weigering te concluderen dat er nog veel te verbergen valt?

Het voorwoord dat ikaan deze herdruk had willen toevoegen, blijft dus noodgedwongen achterwege.
Zullen de bevoegde katholieke instanties- die toch blijk geven met hun tijd mee te gaan - waardering kunnen hebben voor dit, blijkbaar nog steeds toegepaste, "doofpotten-systeem" anno 1968

M.L.D. de la G.


De overige tekst(scans) staan hier



Nawoord van mij!

Een weblogje

Zo'n 40 jaar na het uitkomen van deze 8e druk schreef een vrouw die net als Marie-Louise Doudard de la Gré ook in "een kloosterschool voor meisjes " zat, maar zo'n veertig jaar na deze schrijfster, een weblog.
De dag nadat zij had geschreven over haar grote schrik bij het zien van materiaal dat ik had gebruikt op mijn weblog over mijn ervaringen in de voorzienigheid, mijn ''kloosterschool voor meisjes"

Een weblogje over een klein meisje en haar grootmoeder.
Zoals altijd wanneer het over kleine meisjes en grootmoeders gaat: een sprookje. Over de kleine boze wolf.

Klein meisje is jarig en boos. Gaat naar grootmoeder. Geen land mee te bezeilen.
Ook niet door grootmoeder.
Grootmoeder is boos.

grootmoeder: "Klein meisje wat is er"?
klein meisje: "IK BEN BOOS"

grootmoeder: "ik ook!"

zij sluit haar grote oren, haar grote ogen, zij steekt haar grote neus in haar zak. En houdt haar grote mond stevig dicht.

Een sprookje van een sprookje

woensdag 7 maart 2007

Van 2e naar 8e druk Zondaressen

Gister kreeg ik een andere druk van het boek, de 8e druk uit 1968.
De eerste druk is uit 1938, de 2e heeft geen jaartal.

In deze 8e druk is her en der de taal aangepast. En zeker het (nogal storende, meer dan overdagig) gebruik van de leestekens. Net als het taalgebruik van het meisje Fiabian.

Ik heb besloten de tekst dmv scans beschikbaar te stellen, ipv. het veel te tijdverslindende overtypen.
Voor deze scans gebruik ik nu verder de 8e druk, een Zwarte Beertjkes pocket.
Die uitgave is kleiner en makkelijker te scannen, de 2e druk zou het scannen waarschijnlijk niet zonder flinke beschadigingen overleven.

De pagina indeling is hierbij echter wat anders. Zo ook de hoofdstuk indeling.
Hoofdstuk 0 in de 2e druk is hoofdstuk 1 in de 8e druk geworden. Het is dus even opletten bij deze overgang, verder wijst het zich -neem ik aan vanzelf verder.

Voor de duidelijkheid staatbij de overgang denieuwe hoofdstukindeling nog even (tussen haakjes).

Waar er opvallende wijzigingen staan, zal hier op even attent gemaakt worden.

Bedankt aan diegene die per email hun reactie lieten weten. Ben benieuwd naar jullie verdere reacties

zondag 4 maart 2007

Cadeautje van Myriam en Marie Louise, en van Mien: Zondaressen 0

tbv leesgemak verplaatst log van 27-2


kapel GoedeHerder Almelo 6-1-1958 bron foto

5 De kapelklok slaat twaalf.
In de klas wordt het werk gestaakt en weerklinkt een geroezemoes van stemmen,die het "Angelus" bidden:

"De Engel des Heeren heeft aan Maria geboodschapt,
En zij heeft ontvangen van den Heiligen Geest"
Wees Gegroet....

Uit honderd kelen komt hetzelfde, haast onverstaanbare gemompel,dat een gebed behoort te zijn, maar verworden is tot een monotoon, zinloos gezoem.
Na het ''Amen'' is er het gerommel van verschuivende stoelen en wordt de onderbroken taak hervat.
De klas, driemaal zo groot als een normaal schoolvertrek, ontvangt haar licht door zes hoge, naar binnen openslaande ramen. Matglazen schotten,tot op halve hoogte, beletten elk uitzicht: het stukje hemelblauw, dat daar boven te zien is, wordt onderbroken door de dreiging van viermaal vier ijzeren staven: de tralies, die zich voor elk venster bevinden en voor wie zich daar achter weten, een voortdurende herinnering betekenen aan verloren vrijheid.
Aan de raam zijden zitten de borduursters. Haar uitrusting bestaat uit: de stoel, waarop zij zitten, plus de sport van de stoel daarvoor, waarop de voeten mogen rusten. Bovendien, aan de muurzijde,een kruk met een houten kistje, waarin


6 het werk kan worden opgeborgen. Het midden van het lokaal wordt ingenomen door een dubbele rij trap-naaimachines, die door een breed pad van elkander gescheiden zijn.
Voor in de klas staat de 'troon', een grote, houten lessenaar, plaats biedend aan twee personen. Daarboven een kruisbeeld, dat overigens de enige wandversiering van het lokaal uitmaakt. Naast de troon, aan beide zijden een deur: de ene leidt naar dat gedeelte van het klooster, waar de meisjes zelden komen, namelijk de verschillende spreekkamers en het Moederhuis.

De leidsters der inrichting zijn verdeeld in twee groepen:de 'Moeders' en de 'consacrée's'.
De ‘Moeders’ aan wier hoofd moeder Mathilde staat als ‘eerste leermeesteres’ zijn geheel in het wit geklede nonnen,die behoren tot een Duitse orde.
Om tot deze orde te kunnen toetreden wordt de eis gesteld, te zijn: van goede familie, achttien jaar oud en maagd.
Deze maagdelijke personen worden,wanneer ze wat ouder zijn,uitgestuurd naar de verschillende inrichtingen,waarvan ons land er vier telt,doch waarvan de overige zich in Duitsland, Frankrijk en elders bevinden.
Hààr wordt de taak gesteld, de circa honderd meisjes van 15 tot 21 jaar oud, te begrijpen, te steunen en kerkelijke en godsdienstige begrippen bij te brengen.
Voorts wordt de gelegenheid geboden, zich te bekwamen in ‘’Fraaie en Nuttige Handwerken én bestaat ervoor degenen, die daar hun lust in plezier in hebben, gelegenheid tot tuinieren”

7 Tja- dat staat er allemaal prachtig, en wanneer de officiële beschrijving en het reglement van het Gesticht worden doorgelezen, krijgt men onwillekeurig de indruk van een pensionaat.
Behalve de ‘Moeders’ zijn als leidsters aan de inrichting verbonden de consacreé’s, nonnen,behorende tot een andere orde dan die der Moeders,en in ‘t zwart gekleed. *

Het zijn veelal vrouwen,die op zeer jeugdige leeftijd in het klooster gekomen zijn: meest wezen,of kinderen, waarmede men, door familie-omstandigheden, niet goed wist wàt te doen.
Meisjes- begrijpelijkerwijs uit een klein-burger of arbeidersmilieu die niets van het werkelijke leven hebben meegemaakt en zich door de jaren heen gewend hebben aan de kloosterlijke tucht en orde.
Meisjes, die, toen haar een-en-twintig jaren de poorten van het gesticht eindelijk voor haar openden, niet wisten, wàt met de verkregen vrijheid aan te vangen. Jonge vrouwen, die dankbaar de aangeboden gelegenheid aanaardden om de sluier aan te nemen en haar verdere leven in dienst te stellen van het Gesticht.
Deze ‘consacreé’s’ leven geheel en al met de meisjes mee, werken,eten en slapen in dezelfde vertrekken en hebben in geen enkel opzicht iets op deze vóór,behoudens dan, dat zij daar vrijwillig zijn en niet hunkeren naar de gouden vrijheid. Zij zijn gelovig (onder het werk door hoor je prevelend gebed), ze zijn in het heerlijk bezit van potlood en papier en kijken met Argusogen rond of er soms strafpunten zijn op te schrijven.
Wat de meisjes betreft: het merendeel staat onder toezicht

8 van de Voogdijraad
Met behulp van ‘mijnheer pastoor’ worden ze voor enkele jaren in de inrichtingen ondergebracht, waar zij zodoende behoed zijn tegen ’slechte invloeden van buitenaf. Kinderen uit huishoudens,waarvan de vader een drinker is, die hen uitstuurt om zuipcenten thuis te brengen en zich niet afvraagt, hoe en op welke manier die er kregen worden….. Kinderen waarvan de moeder moderne vreugde-in-het-leven schept, en die al vroeg leren, hóé je lichaam op de voordeligste wijze te étaleren. Anderen, wien de toestanden in de huiselijke kring ondragelijk werden, op ’n avond verdwenen,en al heel gauw ontvankelijk waren voor een kwasi-hartelijk woord en een aanbod van een gezellige kamer met een warm bed.
En zo nog tientallen andere gevallen, van meisjes, die beseffen wat hetleven hen heeft onthouden, die wéten wat het leven bieden kàn…..die geloofd hebben aan woorden van liefde, en die door de bitterste ervaringen zijn teleurgesteld.
Kinderen, op een héél enkele uitzondering na, uit de heffe des volks, die de eerste weken blij zijn,ergens te zijn ondergebracht,waar ze niet worden opgejaagd en ze de kost voor het kauwen hebben.

Voor de afdeling ‘Fraaie en nuttige handwerken’ begint de dag om half zes.
De meisjes worden gewekt door het schel rinkelen van de bel. Terwijl Moeder Mathilde het ochtendgebed bidt, kleden de meisjes zich aan, welke bezigheid hoogstens een kwartier mag duren.
Er zijn twee slaapzalen; de een iets kleiner dan de andere. De grootste slaapzaal bevindt zich vlak boven het klaslo

9 kaal en heeft dus dezelfde afmetingen, dezelfde ramen, schotten, tralies. Er staan 60 bedden,alle met het hoofdeinde in één richting opgesteld,met uitzondering van de bedden der “consacreé’s”, die zó zijn geplaatst,dat zij dezen de gelegenheid bieden, de zes aan haar zorgen toevertrouwde meisjes te contrôleren. Deze contrôle bestaat in het nauwkeurig toezien op het na leven der volgende regels: handen-boven-dek, stil liggen, en geen fluistergesprekken of enig ander teken van verstandhouding. Gedurende de nacht wordt door één der consacreé’s de ronde gedaan; nadien blijft zij voortdurend waakzaam om bij het minste ritselgeluid op te staan en de oorzaak hiervan te onderzoeken.
De bedden staan in rijen, vóór en naast elkaar, voor ieder juist genoeg ruimte latend om zich te kunnen aan of uitkleden. Dit gebeurt uit kuisheidsoverwegingen op die knieën. Bij het naar-bed-gaan wordt het ‘kleed’ (de officiële benamingvoor:jurk),nadat men zich al knielende hiervan ontdaan heeft,tussen twee bedden opgehangen; aldus zijn de gangetjes daartussen afgesloten, en voelt men zich –tenminste voor het onderste gedeelte! -gevrijwaard tegen eventuele brutale en indringerige blikken der anderen; een maatregel, die de nieuwsgierigheid doet toenemen en tot gevolg heeft,dat het aller ogen tot zich trekt,wanneer bij toeval een ‘kleed’ van het haakje glijdt en zich daardoor alle vrouwelijke bekoorlijkheden,in de vorm van een geelkatoenen pijpenbroek,of- nóg onkuiser! – dito hemd, aan het oog vertonen.

De wasgelegenheid bestaat uit een klein, émaille bakje,dat zijn plaats vindtonder het bed en reeds van de vorige middag af, gevuld met water staat. Gevolg: ’s zomers lauw-warm, ’s winters ijskoud.

10 Bij het wassen is het gepermitteerd zich te ontdoen van het nachtjak; het hemd daaronder met zijn hoog gesloten hals en driekwart mouwen schijnt genoeg dekking te bieden tegen ongeoorloofde blikken.
Met het kwart-stuk zeep (geen Yardley!) en de ene handdoek in de 14 dagen moet zéér economisch worden omgesprongen.Wie àl te weelderig omgaat met de zacht-geurende vlokken der zeep of wie zich al te nat hult in de naar lavendel riekende linnen doek! moet dat na een week zèlf bezuren.
Het stukje zeep zal ternauwernood voldoende zijn om zelfs maar ‘n schim van schuim op de handen te toveren en de handdoek zal zó hard zijn,dat men moet oppassen, niet bekrast uit de strijd te voorschijn te komen. Op de grond, naast het wasbakje, staat de ‘pot-de-chambre’; dààr wordt een druk gebruik van gemaakt! Het luidruchtig gerinkel der deksels doet soms de stem der biddende Moeder Mathilde verloren gaan.
Het kastje naast het bed, waarin zich de voorraad zeep, kam en borstel bevinden, is opzij voorzien van een touwtje, waaraan de handdoek gelegenheid heeft te drogen. Wanneer al de laag-bij-de-grondse bezigheden verricht zijn, wordt het teken gegeven tot opstaan en stommelen de meisjes overeind, trekken haar kleren, die door deze ongewone wijze van aankleden niet op hun plaats zitten recht en wachten op het sein om de po én het waswater te kunnen wegdragen. Ze moeten daarmee langs Moeder Mathilde, die haar blikken over de wasbakken laat gaan en controleert, of deze inderdaad gebruikt zijn.
Als dit gebeurd is, gaan ze naar beneden, de klas in; alles

11 onder ‘groot stilzwijgen’. De ‘consacrée’s’ hebben zich reeds even van te voren opgesteld: één aan de deur der slaapzaal, één erachter, één in ’t midden van de gang, aan de trap, half op de trap, ónder aan de trap,in de gang,vóór de klasdeur en wààr je ook kijkt! Allen gewapend met potlood en papier, fél bereid te schrijven, wanneer ze maar dénken, dat zich lippen bewegen.
Moeder Mathilde is voorop gegaan en staat nu vóór in de klas te wachten tot alle meisjes hebben plaats genomen. Klokke zes begint de arbeid: ieder haar taak.
Deze ‘taak’ is een opgave, die met hàrd werken nét ’s avonds om zes uur beëindigd kan zijn! Gebeurt dat niet, dan volgen daarop slechte aantekeningen voor vlijt op de rapporten, die aan de voogdijraad worden opgestuurd. En – aangezien een niet-vlijtig kind geen kans krijgt in de ‘wereld’ te mogen terugkeren, wordt er gewerkt zo hard als maar enigszins mogelijk is.
De borduursters hebben een taak, welke van haar eist, per dag zestig knoopsgaten te maken, ofwel monogrammen te borduren- alles werk voor grote zaken, die adverteren:’Koopt bij ons uw uitzet! Wij borduren alles tegen de billijkste condities!”
Dat is de afdeling “Fraaie Handwerken”.
De ‘Nuttige’ worden vervaardigd door de schare achter de trap-naaimachines. In de daarbij behorende kisten liggen ‘s morgens, keurig opgestapeld: 6 paar manchetten,6 voorpanden,6 achterpanden,6 paar mouwen, kortom alle onderdelen, die nodig zijn, om 6 complete overhemden in elkaar te stikken.

12 Een dagtaak!
Maar- het is uitgemaakt,dat het kàn. Wanneer de machines dóórsnorren
Van zes tot zes…..wanneer er gewerkt wordt, kunnen ’s avonds de overhemden, keurig gevouwen, op een stapeltje liggen. De volgende dag verhuizen ze dan naar de afdeling: knopen aanzetten en knoopsgaten-maken, en gaan dan door naar de strijkkamer, vanwaar ze terecht komen in de magazijnen, die vlot verkopen.
Om 7 uur gaat de bel: een half uur kerkdienst. Daarna begeven allen zich naar de ’refter’, waar het ontbijt gebruikt wordt.
De refter is beneden: een groot lokaal met drie rijen tafels. In elke rij staan er vijf achter elkaar, ieder plaats biedend aan zeven meisjes plus één ‘consacrée’
Eén kant van de tafel is maar bezet; allen zitten met het gezicht naar de troon waarop Moeder Clara heeft plaats genomen. Moeder Clara is de ‘tweede leermeesteres’ en op verschillende uren van de dag de plaatsvervangster van Moeder Mathilde.
Na een gemeenschappelijk gebed kan de maaltijd beginnen.
Houten tafels,houten banken,houten vloeren,houten plankjes om van te eten. Daaróp 3 pillen zwart brood géén boter! ’n Rond émaille bakje, afgestoten en afgesleten dient om uit te drinken. Een der meisjes gaat rond en schenkt in: ’n bruinachtig,troebel vocht,dat dàmpt …..
Ze drinken, slikken en moeten voortmaken.
Om 8 uur wordt het werk hervat. Van acht tot half één,met voor haar die daarvan gebruik wensen te maken,om kwart over tien een tocht naar de toiletten, die buiten zijn.

13 Alles onder dezelfde controle: nonnen, die vijf minuten eerder opstaan en haar plaats innemen. Deze verstrooiing mag hoogstens 10 minuten duren. Wordt er getalmd, dan volgen onvermijdelijk de aantekeningen voor slecht gedrag en wanorde.
Om twaalf uur luidt het Angelus. Precies een half uur later, klokslag half één, begeeft de stoet zich opnieuw naar de refter voor het middagmaal. Tredmolen.
De uniforme schare stelt zich in beweging.
Op hetzelfde ogenblik weerklinkt de luide galm van de bel aan het Moederhuis.
Een nieuwe ‘zondares’ wordt gebracht.

* Ook de schrijfster heeft, zoals nauwelijks iemand, kennelijk niet geweten wat de Congregatie enhaar tehuizen van de Goede Herder eigenlijk was, en wat die verschillende soorten zusters dan wel waren.

Zie hiervoor dit artikel, kerkelijk goedgekeurd, in de rooms katholieke encyclopedie. De vertaling volgt nog. Net als verdere achtergronden.

Geheimen bewaar je, door er muren van stilzwijgen om heen te bouwen en anderen te dwingen hiermee akkoord te gaan, zelfs door te gaan. Tot mensen zeggen: en nu is het genoeg, nu wil ik het weten!
Zie hiervoor ook het nawoord van de schrijfster bij de 8e druk (dat er nog aan komt.)

Zondaressen 1.

14


16
18

20

22

24

Zondaressen 2 (3 = 8e druk).



24 (= 17)



26 (=19)





28 (=21)



30 (= 23)





31 (=24)

Zondaressen 4 (was 3 in 2e druk)

25

27

29

31

33

Zondaressen 5 (was 4 in 2e druk)

33

35

37

39