zondag 17 augustus 2008
Cadeautje van Alex; de Terp Velp!
Daarmee is er dus ook de mogelijkheid tot reacties.
Harstikke bedankt, Alex!
Ja zeker, de behoefte aan óók jouw verhalen, herinneringen is er.
Oók jij bent (ervarings)deskundig.
We hebben elkaars ervarings kennis - allemaal - nodig in een gezamelijk verhaal.
Alleen zo kan ieder haar (of zijn) persoonlijk verhaal weten of (weer) vinden.
Zoals altijd: er is niet maar één verhaal. Gelukkig niet :-)
(17 juli 2008)
Ik heb een paar jaar op de Terp in Velp gewerkt. Rond 1975.
Ik was waarschijnlijk de eerste man - toen 23 jaar - die in vast dienstverband werd aangenomen om daar als groepsleider te gaan werken. Directrice Zuster Leocadie.
Het is heel bijzonder om hier in je Blog over de goede Herder te lezen waarmee ik ook via invalshoeken al enige ervaring had. Ik wil hier wel wat vertellen over mijn ervaringen als daar behoefte aan is.
(18 juli 2008)
Larensteijn leerde ik als kind kennen toen ik er langs kwam op weg naar mijn grootouders.
Een donker mysterie. Donker ja, Een muur om iets onbegrijpelijks aan het zicht te onttrekken. ik had geen flauw idee wat er achter die muur was.
Later kreeg mijn moeder hulp in haar huishouding met 6 kinderen. Een meisje uit Larensteijn die een ochtend per week kwam.
Ze was niet alleen heel verlegen maar leek zo van een andere planeet te komen, zo wereldvreemd was ze.
Mijn moeder was een lieve vrouw en het was ook vast de bedoeling dat mijn moeder het meisje in haar "buitenshuis" zijn zou begeleiden, maar het meisje is volgens mij uiteindelijk niet vaak geweest, ik heb haar maar een paar keer gezien.
Van mijn veertiende tot mijn 19e ben ik op een internaat geweest, van Fraters, in Borculo. Op mijn 23e, na mijn werk voor het ministerie van defensie zal ik maar zeggen, reageerde ik op een vacature voor een klusjesman boven de veertig, voor in de ochtenden op de Terp.
Op dat moment had ik geen idee dat dat achter die Velpse muur was.
Ik heb gesoliciteerd en werd toch aangenomen.
De directrice durfde het eigenlijk niet aan, maar vertelde mij later dat ze het toch had gedaan omdat een van de groepsleidsters haar kon overhalen om het te proberen.
Ik werkte in de ochtend als de meisjes er niet waren.
Soms ging ik met de directrice mee naar de MACRO inkopen doen. Zo vroeg ze me wat ik van plan was in de toekomst en ik vertelde dat ik in het welzijns werk wilde gaan.
Groepsleider wilde worden. Kort daarop werd ik als groepsleider fulltime aangenomen, in wisselende diensten.
Ik was een groepsleider die vele klusjes in huis en in de tuin deed. Zo heb ik de verrotte kruiwagen die op het gras stond helemaal nagebouwd. Ik maaide het gras, repareerde de riolering en renoveerde twee toiletten. Met hulp van sommige meisjes werden kamers en slaapkamers opnieuw behangen en geschilderd.
Boven werd door mij op zolder een grote ruimte omgebouwd tot "Disco zolder"
Maar ik kookte ook, bij toerbeurt. Regelmatig met hulp van een of twee meisjes. We aten gezamenlijk aan de lange tafel in de eetkamer en savonds zaten we in de gemeenschappelijke ruimte.
De meisjes waren in de leeftijd van 14 tot aan de twintig.
De meeste meisjes gingen naar school, onder andere of vooral naar de huishoudschool, of ze werkten ergens.
Ik was 23/24 jaar in die tijd.
Oudere meisjes die zelfstandig gingen wonen zaten in een kleine overgangsgroep en hadden een eigen huiskamer.
Ik had geen idee waarom de meisjes daar waren geplaats maar in de loop van de tijd werd me daar meer en meer van duidelijk.
Op een gegeven moment kreeg ik de opdracht oudere dossiers in de tuin te verbranden aangezien deze niet langer dan 4 of 5 jaar bewaard mochten blijven.
Aangezien je de dossiers niet op een stapel kan leggen en ze zomaar in de brand kan steken moest ik ze losschudden boven een vuur om er voor te zorgen dat ze uiteindelijk volledig verbrandden. Ik ontdekte dat als ik een dossier op een bepaalde manier boven het vuur los liet vallen ik zo, vaak op een bladzijde kwam waar gegevens werden vermeld over de achtergrond van een plaatsing.
Met de infomatie die ik verkreeg door de omgang met de op dat moment geplaatste meisjes kreeg ik een aardig beeld over de achtergronden.
Destijds, maar ook terugkijkend later, kon ik niet anders als vaststellen dat op de Terp gewone meisjes zaten, leuke en aardige meisjes, niet anders als meisjes buiten het tehuis, behalve dan dat zij meestal slachtoffer waren geworden van een situatie in de gezinssfeer.
vrijdag 20 juni 2008
Cadeautjes van enkele goede herders 1
.. Een fraai rechthoekig landhuis, twee verdiepingen hoog. Aan de voorzijde een royale toegangsdeur met aan weerskanten drie hoge ramen. Aan de zijkaant vier ramen per verdieping. Omgeven door hoge bomen een prachtige vijver met zwanen.... (BSC)
In 1892 werd Larenstein aangekocht door het aartsbisdom Utrecht en bestemd voor een gesticht van de Zusters van de Goede Herder. Het moederhuis staat te Zoeterwoude. Verkoper was Thomas Etty, koper Deken Dobbelman te Arnhem, als gemachtigde van aatsbischop Snickers te Utrecht. De koopsom bedroeg 40.000 gld; voor een "gedeelte" van het landgoed Larenstein: "herenhuis, zomertent, het gebouw voor koetshuis, stalling, tuinmanswoning, opgaande boomen, tuin, water en verdere gebouwen, gronden, waaroner behoort de laan...welke naar de straat het Laar voert en de grond met opgaande boomen ... langs dien weg tot den straatweg van Arnhem naar Zutphen". Deze laan was in het midden der vorige eeuw met vier rijen bomen beplant. (Kerkkamp)
Niet alle bij het landgoed behorende grond werd aangekocht, doch in latere jaren werden wel enkele percelen toegevoegd.
De latere aanleg van de autosnelweg en de recontructie van de Larensteinsteinse laan gaven Larenstein de latere vorm en omvang.
De zusters hebben op Larenstein grote bouwaktiviteiten ontplooid. Zij begonnen met het bouwen van een klooster plus kapel en een rectorswoning. Tijdens deze bouw diende het oude landhuis als verblijfplaats voor de zusters. Het werd afgebroken in 1906.
Voor en na verrezen nog andere gebouwen op het terrein.





maandag 7 april 2008
Ontspanningszaal Larensteind Velp
Narda schreef bij het log Euphrasiaatje spelen:
"die foto van die dansende paren was volgens mij in de goede herder in velp,er staat mij iets bij van zo'n voorstelling en ook het meisje die vooraan zit komt me bekend voor.maar zo was de grote zaal in velp ,of ik moet er helemaal naast zitten,maar ik heb vaak genoeg in die grote zaal gezeten voor alles en nog wat"
donderdag 27 maart 2008
Sancta Maria Goede Herder Velp


De meiden van de Goede Herder lijken verdeeld te zijn geweest over meerdere tehuizen en veelal gewoon naar huis terug gestuurd. vrijdag 22 februari 2008
Huize Larenstein Velp

Gebouw 8,
afloop 1974
Waar waren die ruimtes voor, waren hier links wellicht de spreekkamers?
Ben harstikke benieuwd. Dus.....
Chamberettes
gebouw 3
of onderstaande chamberettes in Velp stonden?
dat is nog niet duidelijk. Star meent ze te herkennen uit Almelo .
Wat, wanneer je naar de kennelijk andere bouw en bovenkanten wel eens heel goed zou kunnen kloppen.
Het is in ieder geval een foto uit de wervingsfolder van rond 1965.
Die hier- klik- al eerder stond, er staan ook nog een heel stel reacties.
Naast Star nog die Almelo ook kent een idee wellicht?
chamberette slaapzaal bij de afbraak in 1974
gebouw 2
zaterdag 12 januari 2008
Meisjes bescherming en de vraag
Ik was 14 toen ik naar een tehuis in Velp ging. Tussen mijn ouders was niet alles koek en ei en ik liep vaak van hun weg. Mijn moeder heeft er voor gezorgd dat ik naar een gesloten inrichting moest. 'De Goede Herder' in Velp.
Daar zeiden ze dat we klaargemaakt moesten worden voor de maatschappij.
Je kon daar naar school: typen, koken en engels leren. Ze waren heel streng.
Een keer had ik sigaretten achtergehouden en zat op de trap te roken. Toen de sigaret op was, was ik in slaap gevallen met m'n hoofd tegen de schouder van m'n vriendin.
Ik werd beschuldigd van lesbiese toestanden en moest daarvoor en voor het roken een oud aardappelenhok in. Daar lag zand in, wat wel warm was, en je moest je uitkleden en kreeg dan een wit lang kleed aan.
Ik heb daar anderhalve dag ingezeten. Dat mag helemaal niet, zo lang opgesloten worden.
We mochten helemaal niet met elkaar praten, alleen wanneer er leiding bij was. Ze waren bang dat we met elkaar plannen zouden beramen om weg te lopen. Soms kon ik wel met andere meisjes op de wc praten. Ik vond het er heel vreselijk.
Mijn voogdes was wel een aardig mens, maar ze mocht alleen voor in het huis zitten, en de direktrice praatte altijd op haar in. Ik heb gezegd: Kom maar eens kijken achter in het huis. Ze schrok zich rot toen zij de tralies zag en de werkafdelingen zag waar we de hele dag moesten strijken voor de buitenwereld en voor het klooster.
Ze vond het net een gevangenis. Toen heeft ze gezorgd dat ik naar een tehuis voor werkende meisjes mocht. Dat was in Roermond. Er waren geen tralies en je mocht wel weg.
Maar de direktrice, een non, was een ontzettend vuile etter. Ze kon ontzettend goed treiteren. Er was vastgesteld hoeveel geld je kreeg, maar het grootste deel stak ze in haar eigen zak. Sommige meisjes mochten wel even weg, anderen niet. Ze had er altijd wel een reden voor waarom dat was.
Een meisje heeft zelfmoord gepleegd. Ik kon heel goed met haar opschieten, ze was bijna een zus. Ze had een vriend, die een pooierachtig figuur was. Ze werd door hem seksueel misbruikt. Ze moest ook voor hem werken en had ook een geslachtsziekte opgelopen. Ze vertelde aan ons wat er gebeurd was en dat lekte uit. Ze werd daarna alsmaar gevolgd. Ook hadden ze de politie ingeschakeld. De direktrice treiterde haar ontzettend. Ze mocht geen korte rokken of lange broeken aan. Ze mocht 's avonds niet weg. Ze moest direkt van school naar huis komen. Toen is ze weggelopen en daarna in Zetten geplaatst. Toen heb ik haar nog opgebeld en ik hoorde dat ze het niet meer zag zitten.
Een maand daarna heeft ze zelfmoord gepleegd.
Ik heb 3 maanden in Roermond gezeten en moest daarna terug naar De Goede Herder, omdat ik een paar keer was weggelopen. Daar ben ik weer na 3 maanden weggegaan en heb nog in een paar andere tehuizen gezeten. Uit het laatste tehuis ben ik weggelopen en ben op kamers gegaan.
Als ik aan die tehuizen terugdenk vind ik het jammer van die jaren waarin ik zoveel had kunnen leren en waarin ik niets geleerd heb. Het feit dat ik altijd onder druk leefde en overal toe gedwongen werd heeft gemaakt dat ik moeilijkheden heb om me te redden in de maatschappij.
Omdat je altijd ja en amen moest zeggen is het heel moeilijk om hard te zijn en nee te zeggen tegen iets of iemand. Ik vind ook dat de leiding misbruik van ons maakte en van alles op ons afreageerde. Daar zou controle op moeten zijn. Ze moeten meer uit liefde met ons omgaan en niet denken dat we er niet voor niets zitten.
uit: De Bonte Was, VROUWEN OVER HULP BIJ ZIEKTE EN PROBLEMEN, Amsterdam 1978
Vrouwen hulpeloosheid en ziekten.
Amsterdam 1978 - 2008: 30 jaar nadien.
Nog steeds houden Goede Herderinnen (net als die van de Voorzienigheid)
hun mond en laten zich opsluiten .
Het werk van de religieuzen van den Goeden Herder, dat zich ten doel
stelt de zedelijk gevaarlopende meisjes onder zijn bescherming te nemen om hen
voor erger te behoeden en hen op te heffen uit hun gevaarlijke mileu,
teneinde hen lter weder als nuttige leden der samenleving daarin te doen
terugkeeren
klik....Verder is aan alle zijden gestreefd naar isolatie der pupillen onderling
ten opzichte vooral van elkaars verleden.....
Het oude aardappel hok "daar lag zand in, wat wel lekker warm was" werd op het internet met al zijn mogelijkheden, vervangen door afgesloten groepjes en modderbaden, die zo lekker warm zouden zijn.
De hulpeloosheid, angst en schaamte van de versteende pijn. 'Dan wordt je in die cel gekwakt, dan gaat die deur
achter je dicht. Die hele ruimte en die muren komen dan op je af. Je wilt eruit, dus je begint tegen zo'n deur aan te trommelen en te schelden van moordenaars en weet ik wat niet meer en "ik wil eruit" enzo. Je begint te janken, helemaal dol ben je dan.
Je kunt niks anders doen dan je koest houden. Je kunt je gevoelens gewoon niet kwijt, omdat je gewoon weet van "als ik me rustig houd, dan mag ik er weer uit",
maar je voelt je inderdaad wel als een beest hoor' ?We can promote ethical husbandry where animals are treated as respected sentient beings, or allow them to be kept their entire lives in caged prisons and treated as "production units."
zondag 28 oktober 2007
zaterdag 27 oktober 2007
Cadeautje van een Herderin en Goede Herders Larenstein 1923-1927
Hier is dan het beloofde "verslag". Het was voor mij, wel !! verbazend, dat, al schrijvend, alles herleefde, met beelden van zalen - gangen Kapel en tuinen, maar gezichten van medeleerlingen en zusters, zijn vaag en weinig, vreemd, je hebt er jaren mee samen geleefd.
Hoor ik nog iets van je?
met vriendelijke groet
M.W.F.(*)
Wat ik nog weet van Larenstein?
Het was uitgestrekt, hoe groot? Geen idee.
Eerst was er het klooster. Daar kwam je niet in.
Haaks erop en met elkaar verbonden, soms met een galerij of gang,
de verblijven voor de leerlingen, zal ik maar zeggen.
1 gebouw voor de jongeren, van 3-14 jaar j.
Eetzaal, dagverblijf en speelzaal. Boven de slaapzaal en badkamers. Er was een primitieve gymzaal. Een speelplaats, daar achter weilanden en een “bospad”.
Aansluitend bij de speelplaats een huisje, daar woonde 2 mannen, al wat oud. Berends, de timmerman en Hendriks, een boerenarbeider, misschien was hij “bedrijfsleider.”Er was ook een lagere school. Nieuw in mijn tijd 1923-1927. 3 nonnen gaven les. Ja, hun namen weet ik nog.
Klas 1 en 2 M. Casimir, ze was een nazaat van Leidens burgemeester Ruygrok v.d. Werve,
80 jarige oorlog, vertelde ze ons.3-4 kl. M. de Lima, erg driftig en zeer op beleefdheid gesteld.
Kl. 5-6-7 M. Kostka, klein van stuk maar een autoriteit, ze regeerde met haar ogen, heel rechtvaardig. Je mocht ook jouw mening zeggen, als je beleefd vroeg.
De school stond op een verhoging, rondom in weiland, dat in de winter vaak over water stond, ik denk dat de uiterwaarden van Rijn of IJssel aangrenzend waren.
Soms nam een koe of een kalf een kijkje door een open raam. Dolle pret.
Het onderwijs was prima. Behalve taal, rekenen en lezen, uitgebreid les in geschiedenis, aardrijkskunde en oude kunst.
Michael-Angelo enz. Handwerken niet vergeten.Vlakbij de school was een heel groot kippenhok, de kippen
kwamen ook wel eens op bezoek.De leefregels waren heel streng.
Opstaan 7 uur wassen, aankleden, morgengebed, mis bijwonen, ontbijt thee, bruinbrood, niets erop
9-12 uur school. Middageten, sober. Soms balkenbrei erbij, vaak spek, brr.
Gewoon vlees, alleen op hoogtij dagen.
Veel stamppot. Lekker werd alleen boerenkool gevonden en hachee. Dat laatste alleen als er geslacht was. Van 2-4 uur weer school.
4 uur thee en een boterham.Spelen tot 6 uur. Pap eten of brood.
Het Lof bijwonen en dan naar bed.
Zomer en winter, altijd het zelfde plusminus 80 kinderen.
Na de schooltijd belande je in en ander gebouw.
Woonzaal –eetzaal. Slapen boven, zaal of voor de ouderen “cellen”.
Leren naaien –stoppen, mazen –borduren.
Werken in de wasserij. Hoera daar had je wat vrijheid wel zwaar, alles met handkracht.
Je kreeg om 11 uur ’s morgens een boterham en koffie! Was van 3 a 400 p.
Recreatie wandelen in de tuin, Zondags mocht je een boek lezen, spelletjes doen, pandoeren.
Praten op gezette tijden. In de gangen nooit (van de leuningen glijden mocht ook al niet)
Onder het werk? Nee.
Onder het eten praten, foei!
Alleen in de tuin en ’s avonds na het lof en voor het naar bed gaan
9 uur onder de wol
De “grote” meisjes schilden ook de aardappelen voor alle bewoonsters. De zusters inbegrepen. Alle kleding werd ge- of vermaakt op de naaikamer. Kousen zelfmade.
Ook voor “buiten” naai- of borduurwerk.
Van de derde afdeling weet ik niets.
Er werd nogal geheimzinnig overgedaan.
Ik vermoed dat de meisjes of waren het al vrouwen? Met de justitie in aanraking waren geweest. Er waren er met grijze haren.
Vrijwillige bewoonsters?? (Penitenten genoemd)
De jongeren waren, gebouw 1 en 2 meestal half wezen of voogdijkinderen.
Het was ten strengste verboden over je achtergrond te spreken. Niemand had er mee nodig. Een achternaam had niemand, alleen een roepnaam. Van een of andere heilige.
Er was ook een ziekenzaal. Verscheidene zusters en kinderen, die ik goed kende, zijn in die jaren gestorven en naar ik laatst gezien heb, naamloos begraven, triest gezicht, dat dodenhof. (goed kennen, betekend je hebt ze meegemaakt)
Dat alles was ommuurd. In de moestuin en dergelijke kwam je niet. Je wist het is er koeien, varkens, landbouw enz.
Een kerkkoor, ja. We zongen goed in mijn tijd. Er werd dagelijks gezongen onder het werk. 1 of 2 maal per week repetitie kerkkoor.
Latijn natuurlijk. Wat veel mooier is dan nu gebeurt.
Tegenover het klooster stond een “pastorie”
Daar woonde Kapelaan Schimmel met zijn huishoudster en een pleegzoon uit Hongarije. De Kapelaan had een mooie stem, fijn om naar te luisteren.
Voor de verwoesting ben ik een keer terug geweest. Hoe graag ik ook wilde, verder dan de spreekkamer kwam ik niet.
Niet een van al die meisjes, heb ik ooit teruggezien. Geen moeite voor gedaan ook, wat ik nu wel jammer vind.
‘tJa, je was achternaamloos. Als je oud genoeg was ging je als dienstmeisje ergens in betrekking en ik denk, het verlangen dat alles terug te zien was heel erg klein.
Je was heel erg van de buitenwereld afgesloten. Het was een vrouwengemeenschap. Over mannen in de samenleving weer nooit (in orgineel onderstreept ) gesproken. ’t Ja….
Maar dit alles is misschien niet wat jullie bedoelen?
(Wordt vervolgd)





















